Kook de
rijst afgedekt 10 minuten in een vuur- en vlamvaste pan met
lichtgezouten water. Haal de pan van het vuur en laat de rijst in 10
minuten verder gaar worden in een op 200 graden voorverwarmde oven.
Roer voor
de omeletten de bloem en het water glad. Klop de eieren erdoor met een
garde. Laat het beslag 30 minuten rusten.
Halveer de
chilipepers, verwijder het zaad en hak ze fijn. Schil de gember en hak
hem fijn. Snijd het citroengras in ringetjes. Snijd de bleekselderij in
plakjes. Snijd de witte kool in reepjes. Schrap de wortels en snijd ze
in staafjes van 4 cm lang. Halveer de paprika, verwijder het zaad en de
zaadlijsten en snijd ze in ruitjes van 1 cm. Pel de bakbananen, snijd ze
in schijfjes en verstuif met wat bloem.
Bak de
omeletten. Verhit steeds een beetje olie in een koekenpan van 20 cm
doorsnee en voeg een kwart van het beslag toe. Bak de omelet aan beide
kanten goudgeel. Bak op die manier in totaal 4 omeletten. Houd ze warm.
Verhit de
olie voor het groentemengsel in een wok. Fruit hierin de specerijen en
bosuitjes kort. Voeg de kleingesneden groenten toe, roerbak ze 6 tot 8
minuten en schep ze dan uit de wok. Roerbak de schijfjes banaan 2 tot 3
minuten in de wok. Voeg de rijst en groenten toe en roerbak alles nog 2
minuten. Schenk de groentefond en sojasaus erbij. Breng het mengsel op
smaak met zout en de koriander.
Vouw de
omeletten op tot zakjes en vul ze met het rijst-groentemengsel. Dien
onmiddellijk op.