Schil de
rettich, snijd hem in schijfjes en vervolgens in staafjes. Roer deze
staafjes rettich daarna door de zoetzure pikante saus.
Pel de
garnalen en verwijder het darmkanaal. Was de garnalen en hak ze fijn.
Maak het gehakt aan met de gehakte garnalen, sojasaus, peper en maizena.
Hak de
cashewnoten grof, Was de koriandertakjes, dep ze droog en hak ze fijn.
Laat de blaadjes rijstpapier 30 seconden weken in heet water tot ze
zacht zijn. Leg ze dan op een werkvlak. Verdeel het gehaktmengsel over 4
blaadjes en spreid het uit tot 1 cm van de rand.
Let op dat
het rijstpapier niet uitdroogt. Leg dus telkens 2 rondjes op het
werkvlak. Breng op het ene een kwart van de vulling aan, binnen een rand
van 1 cm. Bestrooi de vulling met de gehakte noten, het sesamzaad en
koriandergroen. Bestrijk de rand van het tweede rondjes met eiwit, leg
het dan over de vulling en druk beide randen stevig op elkaar. Werk de
andere velletjes op dezelfde manier af.
Verhit de
olie in een grote pan boven een matig vuur. Doe de rondjes om de beurt
met een schuimspaan in de pan en bak ze aan iedere kant in 1 minuut
goudbruin. Laat ze uitlekken op keukenpapier. Snijd ze in acht partjes
en serveer ze ten slotte met de rettich in zoetzure pikante saus.